Welke contactregeling tussen kind en uitwonende ouder is passend?

In een zaak wilde de uitwonende ouder heel graag contact met het kind. Verzocht werd om een definitieve contactregeling met het kind vast te leggen. De Raad voor de Kinderbescherming heeft het gerechtshof geadviseerd om de Raad op te dragen eerst eens drie proefcontracten te begeleiden tussen het kind en de uitwonende ouder. Daarna zou de Raad bezien wat de verdere mogelijkheden zijn voor een contactregeling en hierover adviseren. Het gerechtshof heeft dit raadsadvies overgenomen in een tussenbeschikking.

 

Hoe ging het verder?

Drie begeleidende proefcontacten zou een haalbare kaart moeten zijn toch? Niet dus. Slechts twee proefcontracten in plaats van de opgelegde drie contacten hebben maar plaatsgevonden. Steeds werden er afspraken gemaakt wanneer het contact tussen het kind en de uitwonende ouder zou plaatsvinden. Maar de uitwonende ouder is deze afspraken niet nagekomen, ook zonder de verzorgende ouder en de Raad hiervan op de hoogte te stellen. Ook werden afspraken op het laatste moment afgezegd. Deze situatie was niet meer in het belang van het kind. 

 

Het gerechtshof stelde voorop dat de rode draad in deze zaak was het niet nakomen van afspraken door de uitwonende ouder. Deze situatie is niet langer houdbaar. Het gerechtshof heeft een afweging moeten maken tussen twee belangen:

 

1. Geen contact tussen het kind en de uitwonende ouder is schadelijk voor de ontwikkeling van het kind;

2. Het niet nakomen van de afspraken is nog schadelijker voor de ontwikkeling van het kind. Het kind kan dan de ouder niet vertrouwen en denken dat het voor die ouder niet belangrijk is. 

 

In het oordeel van het gerechtshof heeft het tweede belang de doorslag gegeven. Het leek erop dat de uitwonende ouder niet inziet wat deze houding en gedrag betekent voor anderen en hoe schadelijk dergelijk gedrag is voor het kind. Het kind leert dat het kind niet op de uitwonende ouder kan vertrouwen. 

 

Het wordt tijd dat de uitwonende ouder eens laat zien dat de ouder wel betrouwbaar is in het nakomen van afspraken. Het hof beslist dan ook dat de uitwonende ouder dit alleen kan laten zien door  iedere maand een kaartje te sturen naar het kind. Op die manier kan de uitwonende ouder interesse in het kind tonen. Het kind moet aandacht en betrokkenheid van de ouder blijven ervaren. Alleen op deze manier kan de uitwonende ouder laten zien betrouwbaar te zijn in het nakomen van afspraken. Ingeval van gewijzigde omstandigheden en in ieder geval na verloop van een jaar kan de uitwonende vader opnieuw de rechter verzoeken om een contactregeling vast te leggen. In ieder geval hoopt het gerechtshof dat vader iedere maand het kaartje naar het kind zal sturen, zodat er dan geen contra-indicatie meer hoeft te zijn voor het vastleggen van een duurzame zorgregeling.

 

Conclusie: 

Welke regeling voor het kind passend is, hangt niet alleen af van de omstandigheden van het geval. Ook speelt mee of er al positief contact tussen het kind en de uitwonende ouder is, de afstemming en de communicatie tussen de ouders onderling en de gevoelens van ouders tegenover elkaar. Belangrijk is dat de gemaakte afspraken worden nagekomen. Nakomen van afspraken betekent in de ogen van het kind dat ouders betrouwbaar zijn en dat het kind belangrijk is voor beide ouders. 

 

Veel stof om over na te denken dus. Wilt u eens een keer hierover sparren? Bel dan voor een koffiemomentje. Graag zetten wij voor u een bakkie troost klaar. Trouwens, oploskoffie hebben wij ook in huis. 

 

Bron: ECLI:NL:GHARL:2019:3883

Foto: Pixabay